Alwine Antoinette barones de Vos van Steenwijk

24 januari 2012 overleed Alwine de Vos van Steenwijk op 90 jarige leeftijd. Zij was medeoprichtster van de Joseph Wresinski Cultuur Stichting en tot haar dood met bezieling en hartstocht betrokken bij alle activiteiten van deze theatergroep. Alwine de Vos van Steenwijk werkte in haar jongere jaren lange tijd samen met Joseph Wresinski . Na het overlijden van Joseph Wresinski werd zij internationaal voorzitster van de internationale Vierde Wereld Beweging (A.T.D Quart Monde)

Eind jaren negentig ontmoette Alwine acteur en theatermaker Laurens Umans, via het tv programma ‘Zo ken ik iemand’. Zij zag hierin een aanleiding om een lang gekoesterde wens aan de orde te stellen: het verfilmen van het Bijbelboek Job, gezien door de ogen van de allerarmsten. Hieruit ontstond een samenwerking die niet alleen het tot stand brengen van de film Hiob als gevolg had, maar tevens leidde tot de oprichting van de Joseph Wresinski Cultuur Stichting.

Alwine de Vos van Steenwijk was de ziel en de moeder van de theatergroep. Zij was zeer geliefd bij de leden van de groep voor wie zij altijd een luisterend oor had. Veel begrip en betrokkenheid toonde zij voor de vaak ontluisterende verhalen van mensen levend in armoede. Als ambassadeur voor de groep reisde zij tot haar laatste dagen langs fondsen en instanties om bekendheid te genereren en fondsen te werven. Ook verzorgde zij het uitnodigingsbeleid rondom de voorstellingen, waarbij zij ca. 300 handgeschreven enveloppen met uitnodigingen per voorstelling verzond. We gedenken haar met liefde, respect en bewondering voor haar onuitputtelijke inzet. Het werk van de Joseph Wresinski Cultuur Stichting wordt in haar geest, en in die van Joseph Wresinski, voortgezet.

Eén van onze vrijwillige medewerksters van het eerste uur schrijft over haar ervaring met Alwine de Vos

‘Ruim tien jaar geleden vertelde Alwine mij, dat ze een droom had. Ze wilde zo graag in Zwolle met kansarme vrouwen theater maken met professionele theatermakers. Ze vroeg mij, of ik vrouwen kende die mee zouden kunnen doen. Ik was vrijwilliger van de Vierde Wereldbeweging en had daarom contacten met gezinnen in armoede.

Zo zaten we maanden enkele maanden later samen tijdens de toneelrepetities langs de kant te kijken naar vrouwen, die al zoekende een prachtige voorstelling lieten groeien: “Maria, moeder van altijddurende bijstand”.

Vrouwen, die nooit gedacht hadden te kunnen spelen, die nooit de kans hadden gekregen om hun talenten te ontplooien. En dat gold later ook voor de spelers van het volgende theaterstuk “Lazarus”, een stuk met ex-daklozen.

Mevrouw de Vos en ik hebben samen dat boeiende en soms ook moeilijke proces mogen meemaken. Dat schiep een bijzondere band tussen ons. De spelers waren kwetsbaar, maar wij ook als betrokken toeschouwers. Zij kon heel goed luisteren en dan met één opmerking de essentie samenvatten en wijze raad geven. En bij de succesvolle optredens door het hele land was zij de trouwste bezoeker, die elke keer weer geroerd en trots was op de prestaties van de hele groep.

We zullen haar allemaal zo missen op die eerste rij, haar tengere verschijning die zoveel kracht uitstraalde. Ik zal vooral haar onvoorwaardelijke liefde en geloof in mensen missen. Het geloof, dat we allemaal talenten hebben en kunnen groeien. Zo haalde zij het beste in ons naar boven.

Al die dierbare herinneringen zullen mij verder helpen en ik weet zeker, dat zij ons tot steun zal blijven. We zullen haar droom door laten gaan in haar voetsporen.’