Lazarus?

‘Lazarus?’ is een voorstelling over verschillende facetten van het dakloos  zijn.  In de voorstelling wordt een verbijsterende worsteling met onze bureaucratie getoond omlijst door een mengeling van ontroerende, poetische, onthullende en hoop en troost biedende scenes.   Gespeeld door oa. ex-daklozen, mensen die soms in ons blikveld verschijnen en daar weer uit verdwijnen, nergens vandaan, nergens heen. Zij willen vertellen van het dagelijks en innerlijk leven dat schuil gaat achter het vluchtige beeld dat zij bij ons achterlaten.

Het verhaal

In ‘Lazarus?’ lopen verschillende verhalen door elkaar heen – en toch zijn ze nauw met elkaar verbonden. Er zijn een bejaarde moeder in een rolstoel en haar zoon, die door omstandigheden en bedrog van anderen uit huis gezet zijn. Zij leiden een dakloos bestaan en zwerven door de stad. Voor de moeder is wel opvang, maar voor zoon Alex niet. Ze hebben eigenlijk niets meer. Als Alex op een gegeven moment zijn legitimatiebewijs kwijt is, begint de ellende pas goed. Een echtpaar met vijf kinderen dat in armoede leeft, kan het hoofd net boven water houden. Moeder heeft een beetje kunnen sparen om de vijftigste verjaardag van haar man te kunnen vieren. Hij komt echter te laat thuis van het werk en vindt het geldverspilling, bovendien blijkt hij voor de zoveelste keer ontslagen te zijn. Hij ontvlucht het huis en belandt op straat. Daar ontmoet hij Alex en hij ontfermt zich over hem.

Machteloos

Samen beginnen ze een strijd tegen de bureaucratie, waar zij tegen wil en dank slachtoffer van zijn. Ze gaan eerst naar het politiebureau om aangifte te doen. Uiteraard wordt gevraagd om een legitimatie – die Alex kwijt is. Vervolgens worden ze van de ene naar de andere instantie gestuurd (politiebureau, gemeentehuis, sociale dienst, et cetera), maar niemand kan hen helpen: de ambtenaren zitten gevangen in hun eigen regels. Deze ambtenaren worden door één persoon gespeeld. Zij staat machteloos en moet steeds weer ‘nee’ verkopen en ‘ik kan u niet helpen’. Na vele omzwervingen laat Alex zich uiteindelijk inschrijven als immigrant, die zogenaamd enige tijd geleden is geëmigreerd. Hij moet alleen iets kunnen overleggen waar zijn naam op staat. Het enige wat hij heeft, is zijn bankpasje. Als de ambtenaar hiermee wegloopt, raakt Alex in paniek: nu is er niets meer dat hem nog een naam geeft. Hij is naamloos en dus niemand. De ambtenaar komt echter terug met het pasje én de inschrijving als immigrant. Nu kan Alex na vele omzwervingen weer een geldig legitimatiebewijs krijgen, zodat zijn Wajong uitkering veilig is gesteld. Buiten dit verhaal zijn er nog drie daklozen die eigenlijk geen richting meer hebben in hun leven: zij kunnen alleen maar lopen, zitten en zijn. Hun enige doel lijkt te zijn om de dagen door te komen.